February 13, 2012 anouk

Pantoffels hamsteren

Opdracht: doe mee aan Free Fashion Challenge en koop dus een jaar lang geen nieuwe kleding, schoenen, tassen en accessoires.

Eind vorig jaar kreeg ik deze opdracht van je, want (van item in Hart van Nederland tot artikel in Viva) het nieuwe zwart blijkt een last season outfit te zijn. Shit. Nu heb ik best genoeg kleding om een jaar of twintig te overleven, toch heb ik, net als vele andere vrouwen, regelmatig niets om aan te trekken.

Inmiddels ben ik een hele dikke maand verder en de afkickverschijnselen bereiken een hoogtepunt. En gaat het niet eens om de zomercollectie of leuke uitverkoop items. Ik zoek warmte. Mijn cv is er een paar dagen geleden mee gestopt, dus ik heb het koud. `s Nachts gaat het richting -20 en dat veroorzaakt stresssituaties voor mijn geleende kacheltje. En ik zit hier met mijn versleten pantoffels aan.

Bij iedere winkel sta ik kwijlend voor de etalage te staren naar alles met voering. Bij Zeeman sta ik zelf ineens te graaien in de bak met handschoenen, want spullen goedkoper dan drie euro tellen toch niet mee?! Maar steeds weet ik mezelf weer te herpakken en met lege handen stap ik trots weer verder over de Rotterdamse ijsvlaktes.

Bij de drogist gaat het toch mis. De meest wollige zachte gevoerde pantoffels zonder gaten staan me aan te kijken of het verwaarloosde asieldieren zijn. En ja hoor…voor ik het weet adopteer ik twee paar.

Toch ben ik er inmiddels achter dat Free Fashion Challenge een hoop goede dingen met zich meebrengt. Nu kost een goede ‘ik heb niets om aan te trekkenbui’ nog wel tijd, maar geen geld meer. Ik combineer beter en ontdek dat ik inderdaad niet alles nodig heb. Ook zorg ik beter voor de spullen die ik heb.

En als ik het echt niet meer uithou koop ik gewoon wat voor een ander. Lopen mijn twee konijnen straks in de voorschriften van Vogue, dan draag ik zelf 2011 nog wel een keertje. Of ik hou me gewoon in en ga eens wat goeds doen…

Ik beschouw de pantoffels als laatste shopstuiptrekking en ga er vanaf nu weer flink tegenaan. Sorry H&M, sorry Bijenkorf, sorry Orange Bag, sorry crisis, sorry Mark. Mijn over-de-balkgeld gaat dit jaar naar goede doelen. Gelukkig nieuwjaar konijnenopvang, dierenambulance en zielige kindertjes in derdewereldlanden!

September 15, 2011 krista

Mooi voor elkaar gesmurft

Opdracht: draag een week lang dezelfde opvallende broek

Goed, het wordt een knalblauwe. Het is een broek die nog amper het daglicht heeft gezien en die best wat aandacht verdient. Gelukkig werk ik deze week maar drie dagen en zijn er verder geen mensen die ik iedere dag zie. Behalve mijn vriend, maar die kan het hebben, dat is geen vrouw.

Maandag: met grijs vestje.
Ik voel me helemaal senang in mijn broek. Omdat ik strontverkouden ben, zegt een collega dat ik klink als een smurf. “Past goed bij je broek!”

Dinsdag: met wit hemd en donkerblauw vest.
Een andere collega neemt me op. “Als je nou dat vestje niet aan had gehad, en een wit mutsje op…” zegt hij. Wacht even, hebben smurfen geen witte broek en een blauw bloot bovenlijf?

Woensdag: met printshirtje en zwart colbert.
Ik ben ziek en ellendig. Ik heb zin om me te hullen in diep donkergrijs en mijn haar ongekamd te laten. Toch hijs ik me in de blauwe broek en sleep mezelf naar het werk, maar houd het niet lang vol. Thuis verruil ik de blauwe broek voor een joggingbroek in dezelfde kleur. Die heb ik, no shit. Nu voel ik me pas echt een smurf. Zieke Smurf.

Donderdag: met ander shirtje en zwart colbert.
Ik voel me nog steeds niet lekker, maar heb een vrij belangrijke afspraak met een klant. Normaal zou ik geen blauwe broek aandoen, maar het moet. Ik compenseer het maar met een net jasje en recht mijn schouders. Ze maken geen smurfengrap.

Vrijdag: met t-shirt
Op de een of andere manier zie ik vandaag iedereen naar mijn broek kijken. Ik twijfel of het is omdat het er niet uitziet of omdat ze het gers vinden. Er komt een vlek op de broek. Shit, dit is niet handig. Ik moet nog twee dagen.

Zaterdag: met hemdje
Een onverwachte zomerdag vandaag. Ik wil blote benen en een bloem in mijn haar, net als Smurfin, maar de blauwe broek moet aan. Ik vind hem stom. ’s Avonds spijbel ik en ga naar de sauna.

Zondag: met grijs vestje
Ik vraag mijn vriend of hij niet doorheeft dat ik al de hele week dezelfde broek aan heb. Dat heeft hij niet. Wel vindt hij het een beetje vies. Hij heeft gelijk. De broek ruikt niet meer zo fris.

Maandag: hoera, zwarte kleren aan!
Ik twijfel of ik de broek ritueel zal verbranden, maar ik smurf hem toch maar in de wasmachine. Ooit ga ik hem wel weer leuk vinden. Ooit, over een jaar of twintig.

June 12, 2011 anouk

Ken je die mop van die leuke plaatsjes?

Opdracht: Twitter en Facebook je helemaal suf. Minstens een paar status updates per dag.

Maandag 15.57

Vorige week zag ik een muis in mijn tuin een sprintje trekken over mijn raamkozijn aan de buitenkant. Aangezien ik muizen niet alleen erg goor, maar ook doodeng vind, vloog ik naar binnen om zo snel mogelijk het raam dicht te doen en zo te voorkomen dat het beestje naar binnen ging om zich lekker in mijn huis te vermenigvuldigen en mijn leven kapot te maken.

Maar ja, de zomer komt eraan en ik wil toch niet zomeren met een gesloten raam. Een hor is waarschijnlijk de oplossing om de geniepige klootzakken tegen te houden.

Met gaas en dubbelzijdig tape als schild doe dagen later het raam open en… zie een geplet muisje. Hij had vorige week dus inderdaad besloten om naar binnen te gaan. Helaas precies op het moment dat ik het raam sloot.

Voor ik een foto kan maken om te posten heeft mijn buurman adequaat gereageerd op mijn gegil en Muis ligt veilig dood te zijn in de vuilnisbak voor ik ‘Camera aan’ tegen mijn telefoon kan zeggen.

Dinsdag 11.47

Voor me rijdt een busje. Achterop staat de firmanaam en een mobiel nummer. Ik kijk goed en mijn mond valt open als ik het nummer zie. Als dat je mobiele nummer is, ben je klaar voor de rest van je leven. Dan hoef je geen geweldige carrière te maken, je hoeft geen bloedmooie partner te vinden of records te verbreken. Alles valt in het niets bij het nonchalant noemen van je telefoonnummer.

Als ik een foto wil maken, rij ik bijna tegen het busje aan en wis met mijn bumper bijna de laatste twee cijfers van zijn 06-1234567. Vervolgens gaat hij de bocht om en kan ik geen foto meer maken.

Woensdag 22.34

Na een heerlijke maaltijd bij mijn nieuwe buren vraag ik aan mijn buurvrouw of ze uit Zwijndrecht komt. Buurman had namelijk eerder die avond verteld dat haar vader daar woont. ‘Nee’, zegt ze. ‘Ik kom uit Ambacht’. ‘Waaaaaaattt ik ooooook!’ roep ik veel te hard om iemand die tegenover je zit te bereiken. Binnen vijf minuten blijken we in hetzelfde team gezeten te hebben en zijn haar nu nog beste vriendinnen oud klasgenootjes van me. Ik moet even een foto opzoeken van toen.

Vrijdag 20.34

Door het slechte weer begint het donker te worden. Gelukkig hangt, na een klein gevecht en enkele piieeeepps de lamp eindelijk boven de plek van de eettafel. Nog even de eettafel op zijn plaats schuiven en ik kan het licht zien. Ik buk om een stukje snoer op te rapen en als ik weer omhoog kom knal ik met mijn hoofd zo hard tegen de lamp dat de sterretjes er vanaf springen en vogels rondjes vliegen. Het kost me dus langer dan drie minuten om te wennen aan de nieuwe lamp. Mijn broer die geholpen heeft lacht en maakt grappen. Hij had er beter een o zo leuk filmpje van kunnen maken.

Al met al heb ik dus een heel boeiend leven. Mijn volgers zouden smullen, genieten en lachen als ik mijn verhalen zou posten. Helaas zegt een foto toch meer dan 140 tekens.

May 22, 2011 krista

Frits

Opdracht: ga vissen

Ik ben een meisje, dus vissen vind ik zielig. Niet als je de vis in kwestie diezelfde avond nog op de barbecue gooit, want dan is zijn dood niet zinloos geweest, maar wel als je hem gehandicapt weer terug zijn habitat in gooit.
Ik bedoel: misschien had die vis het net leuk voor elkaar. Een chickie gescoord, een toffe school waar hij zich bij had aangesloten, veel vrienden. Maar dan neemt hij, laten we hem Frits noemen, één verkeerde beslissing. Frits ziet een vette regenworm net onder het wateroppervlak dansen. Frits denkt nog; die gozer is verdwaald, volgens mij hoort hij niet in deze hood, maar ik heb nu wel echt fakking veel honger en proteïnen zijn proteïnen. Hap, doet Frits dus. Voor hij het weet wordt hij in een tunnel met fel licht gezogen. Zijn hele lijf doet pijn, hij krijgt geen lucht. Dit was het dan, denkt Frits. Ik ben in de vissenhemel. Het gras is hier een stuk groener dan in mijn eigen sloot, dat wel. Maar verder vind ik het behoorlijk tegenvallen. God is geen grote vis met een lange baard, zoals ik mij Hem had voorgesteld, maar een roze wezen met lange tentakels en een camouflagepak. Frits voelt een ruk en de pijn concentreert zich nu in zijn onderlip. Verdoofd tuimelt hij door de lucht. Een klap. En dan, als door een wonder, krijgt hij ineens weer adem. Duizelig zwemt hij wat verwarde rondjes. Frits beseft het: ik was dood, maar ik heb een tweede kans gekregen. Het roze wezen vond dat het mijn tijd nog niet was. ‘I’m alive!’ zingt Frits zo goed en zo kwaad als het onder water kan. Hij is dankbaar en gelukkig, ondanks de felle pijn in zijn onderlip.

In het begin zijn de vrienden van Frits nog vol medeleven. ‘Vertel het verhaal nog eens!’ scanderen ze. En Frits vertelt dan over zijn avontuur, met een zwaar accent door zijn gehavende onderlip. Maar al gauw verliezen ze hun belangstelling in de bijna-doodervaring van Frits. Er is allang weer een nieuwe vis in de school met een nog stoerder litteken. Frits is nu gewoon een domme vis met een lelijke lip. Zijn vriendin heeft hem ingeruild voor een jonger exemplaar. En Frits? Frits slijt zijn dagen met afvragen waarom juist hij die regenworm die dag moest tegenkomen.

Ja, vissen is zielig. Maar opdracht is opdracht, befehl ist befehl, dus ik zit op zaterdagmiddag langs de waterkant met mijn hengel. Vurig hopend dat ik niks vang. Omdat ik het zielig vind, maar – eerlijk is eerlijk – ook omdat ik als de dood ben dat ik die vis straks van het haakje moet halen.
Na een uur haal ik opgelucht adem. Niks gevangen. Frits heeft geluk vandaag. Ik hoorde dat hij binnenkort gaat trouwen en heel, heel gelukkig is.

May 9, 2011 anouk

Ik heb zo wa-wa-wa-waanzinnig.

Opdracht: Vertel waar je afgelopen week over hebt gedroomd.

De buurvrouw komt met de verrassing dat ze vijf dagen Egypte geboekt heeft voor me. Ik ga gezellig met haar en haar vriendinnen op pad. Allemaal advocaten. Het lijken me vijf verschrikkelijke dagen, maar het is waarschijnlijk wel goed om even weg te gaan, want dan kan mijn slaapkamer luchten. Frankijk heeft namelijk mijn bed in de fik gestoken. Gelukkig sloeg de brand uit richting het raam, en niet verder mijn bed in, zodat de schade meeviel. Er was wel rookontwikkeling. En de pakketjes die de postbode door het raam had gegooid waren bijna in as veranderd.

Als ik even later in de tuin zit bij te komen en de buurman vraagt of ik een keer koffie met hem wil gaan drinken, ben ik bang dat ik de code niet kan vinden om te kunnen antwoorden. De kuikentjes moeten in de goede volgorde, maar ik weet niet welke tint geel voorrang heeft. Misschien ligt het antwoord bij de eieren. Aan het eind van de dag ben ik uitgeteld van de drukke dag, dus ik duik vroeg mijn bed in.

Vanochtend werd ik wakker met het idee dat ik heel iets raars gedroomd had. Uiteraard ben ik direct naar mijn laptop gerend om een geweldig stukkie te schrijven. Helaas kan ik me niet meer herinneren wat het was.

April 1, 2011 krista

De Fan

De opdracht: doe iets belangeloos

Maanden geleden kreeg ik een van de leukste mailtjes ooit uit mijn bescheiden loopbaan als kinderboekenschrijver. Van een jongetje van negen. Hij was fan en zou zijn boekbespreking over mijn boek doen. Hij schreef: ‘het zou leuk zijn als jij erbij kan zijn, maar dat kan natuurlijk niet.’

Natuurlijk zat ik vanmorgen anderhalf uur in mijn Suzuki Baleno om bij een school in een Brabants dorp te komen. Ik kreeg een vaag gevoel dat iemand me in de maling had genomen. Dat daar geen school stond, maar ‘haha, 1 april’ op een viaduct geschreven. Maar nee, de school bestond. ‘Neutraal onderwijs’ stond er op de gevel, alsof ‘openbaar’ een te beladen term zou zijn geweest. En de Fan stond met zijn moeder samen in de aula op me te wachten. Ik zeg fan, maar hij viel niet flauw of zo. Hij gaf netjes een hand en spurtte terug naar het lokaal om zijn spreekbeurt verder voor te bereiden.

De Fan had het uitstekend voor elkaar. Een Powerpoint-presentatie, papiertjes tussen de bladzijden die hij wilde laten zien dan wel voorlezen, een bijpassende traktatie (schatkistjes) achteraf en zijn moeder als personal assistant cq. fotograaf.

Ik nam plaats in de kring en zag hoe een negenjarig jochie vertelde wat hij op internet had gevonden over mij. Dat ik koopieraaiter was, ‘dat is iemand die goed is in advertentie en reclameteksten’ (dit kwam later terug in de quiz). Ik hoorde de verhalen die in mijn hoofd waren ontstaan uit zijn mond. Ik was vertederd.

Later mocht ik zelf een stuk voorlezen aan de klas. Hij brak mijn verhaal kundig af op het moment suprême. ‘En hoe het verder gaat, moeten jullie zelf lezen’. Hij had het allemaal onder controle.

De Fan kreeg een Zeer Goed. Terecht. Overigens kreeg hij geen extra punten omdat hij mij zo gek had gekregen om naar school te komen. Er werd een standaard checklist afgevinkt met punten als ‘de klas inkijken’, ‘spreektempo’ en ‘niet te veel van het verhaal weggeven’. Op alle punten scoorde hij als een malle.

Ik kreeg een doos Merci en zette nog een handtekening in zijn exemplaar van het boek. Toen kon ik gaan. De Fan was van het doelmatige type. Enigszins overbluft, maar intens vrolijk reed ik terug naar huis, anderhalf uur lang. Ik mag willen dat ik ooit zo’n efficiënte regelaar word.

February 21, 2011 anouk

Breuk in pad vier

Opdracht: Volg iemand in de supermarkt en koop dezelfde spullen.

Ja, achter wie ga je nu eens aanlopen in een supermarkt. Wie is het type worteltjes, eierkoeken en Cola Light? Dat heb ik namelijk nodig. En helaas heb ik tot zaterdag gewacht tot het uitvoeren van deze opdracht en dan heb ik geen zin om twee keer te gaan. Veel te druk.

Daarnaast zijn er ook spullen die ik uit principe niet koop. Smac bijvoorbeeld. Het is niet te eten en het is vooral zielig, omdat de beestjes met hun volle verstand, zonder verdoving, levend in het blikje zijn gepropt. En dan zijn er nog spullen waar ik gewoon niks mee heb, zoals Tena Lady en babyvoeding.

Aan de andere kant…misschien kan deze opdracht me wel veel meer opleveren dan nutteloze zooi. Hoe vaak hoor je niet dat het ene mandje met de eenpersoonsportiebroodbeleg-verpakking tegen het mandje met de magnetronmaaltijd en klein-verpakking pindakaas knalt en de vonken er vervolgens vanaf springen.

Maar helaas. Een stuk kaas, stuk koek, maar geen lekker stuk. En door diegene die nu voor me staat, hoef ik niet uitgenodigd te worden voor het eten. ‘Schat, de kappertjes en peren zijn klaar.’ Van zijn mandje moet hij het dus ook al niet hebben. Ondertussen heb ik wel de grootste lol om mijn eigen binnenpretjes. Dat je je ‘plus one’ bij de Plus vindt, geen blauwtje loopt bij de AH en de nieuwe betekenis van “breuk in pad vier’.

Ik stap over op de vrouw die eierkoeken pakt. Dan heb ik in ieder geval een klein gedeelte van mijn eigen boodschappenlijstje binnen. Vol spanning wacht ik waar we daarna naartoe gaan. Misschien wel naar de taartjes en andere dingen die ik normaal van mezelf dood moet zwijgen en ontkennen dat ze bestaan. Maar nee, het wordt venkel, twee langgerekte paprika’s, een visje en pak rijst. Lekker dan.

February 9, 2011 krista

Een ongecensureerde video van Snoop Dogg

Opdracht: ga jij ook eens sporten, luie donder

Dit is een goede opdracht, Anouk, dankjewel. Aangezien ik zwak ben als het op sporten aankomt, en het minste excuus dankbaar aangrijp om niet te hoeven. Regen, bijvoorbeeld, is een uitstekende reden om thuis te blijven facebooken, ook al ga ik uiteraard met de auto naar de sportschool. Gevolg is dat er iedere maand een bedrag van mijn rekening wordt geschreven waar ik van ga hyperventileren als ik er over na zou denken. Dus denk ik er maar niet over na, zo simpel is het dan ook weer. Eens in de zoveel tijd haal ik mijn kop uit het zand en dan is het tijd voor een yogalesje. Want het moet vooral niet te inspannend zijn. Na de les en de verplichte, zeer ongemakkelijke knuffel van de juf (die zich altijd kwispelend bij de deur opstelt, zodat je niet om haar grijpgrage armen heen kunt, hoe je ook uit de val probeert te ontsnappen) voel ik me altijd gelouterd en vol goede voornemens. Totdat het weer regent. Of de kat misselijk is.

Ik moest van mezelf naar Zumba, want dansen vind ik leuk. In tha club in elk geval. Mijn sportschool is er een exclusief voor vrouwen, wat in de praktijk neerkomt op vooral allochtone dames van middelbare leeftijd, die zich van hun wikkels ontdoen in de kleedkamer, om die om te ruilen voor oncharmante trainingsbroeken en amorfe t-shirts. Een plek waar ik me thuis voel, kortom.
We gingen dansen. De lerares was een voluptueuze Antilliaanse, met billen waar je onmogelijk omheen kon. Ze begon met: ‘dit is een Braziliaanse nummer! Deze is zo lekker!’ Vanaf de eerste beats schudde ze haar rondingen als zat ze in een ongecensureerde video van Snoop Dogg. Pure porno. Al schreeuwend en bubbelend gaf ze ons aanwijzingen. Ik probeerde haar te volgen en keek in de spiegel, naar het zootje ongeregeld dat wij waren. Hier en daar ging een arm in de lucht of deed iemand een soort pirouette in de verkeerde richting. Enkele vrouwen kletsen onophoudelijk door. Ik keek naar mezelf. Alhoewel ik vurig hoopte dat ik tha club niet zo danste, zat er een grote grijns op mijn gezicht. Dit was entertainment. Hang een camera op in mijn Zumba-zaal en je hebt kijkcijfers waar the Voice niet tegenop kan.

Ja, volgens mij heb ik mijn sport gevonden.
Rocaltrol

January 10, 2011 anouk

Vanaf ongeveer zes uur

Opdracht: Blijf een nacht wakker.

Ik vind slapen tof. En dan vooral `s ochtends als ik wakker word, maar mijn bed nog niet uit hoef en me dus gewoon omdraai en verder slaap. Alleen ben ik er niet zo goed in. Ik wil graag acht uur per nacht slapen. Of negen. Of zelfs tien. Maar meestal kom ik niet verder dan een uur of vier. Het lukt me gewoon niet.
Deze opdracht is dus een eitje. Zeker omdat ik eindelijk een datum heb geprikt voor mijn verhuizing. Eind van de week moet echt alles uitgezocht en ingepakt of weggegooid zijn. Voor de overdreven lange lijst die ik nog moet afwerken, kan ik wel wat extra tijd gebruiken.
Ik besluit het nuttige met het aangename af te wisselen. Eerst gezellig met een vriendinnetje de stad in om wijn te drinken en bij te kletsen. Tot een uur of twee, want dan wil ze naar huis en kan ik aan de slag. Al snel kom ik weer een doos met foto’s en brieven tegen, die ik openmaak. Stom natuurlijk.
Het inpakken gaat vervolgens tergend langzaam, maar de tijd vliegt voorbij. Als ik weet hoe mijn ex er ook al weer uitziet en wat de lievelingspony van mijn beste vriendinnetje op 14 april 1990 deed, ben ik ineens twee uur verder. Als ik vervolgens mijn kledingkast heb uitgeplozen en voor de lol de meest verschrikkelijke combi’s heb gemaakt, kan ik Max op drie zakken kleding trakteren en mezelf op een tijdsprong van anderhalf uur.
Op zich is het erg verstandig als ik nu mijn werkspullen uit ga pluizen en ordenen, maar de zin is volledig weg. Dat is natuurlijk ook veel minder leuk. Omdat ik uit mijn trance van brieven, foto’s en kleding ben, voel ik de moeheid. Even douchen dan maar om wakker te blijven. Onder de douche begin ik me af te vragen wat een nacht wakker blijven is. Wanneer is het morgen? Wikipedia zegt: ‘In Nederland verstaat men er de periode vanaf ongeveer zes uur ‘s morgens tot twaalf uur onder’.
Ik moet nog even, maar de uitgewerkte wijntjes worden vervelend. Met een flinke hulp-bij-het-wakker-blijven-espresso, ga ik verzinnen wat ik de rest van deze nuttige nacht ga doen. Maar de espresso is niet sterk genoeg. De bank is zacht. Ik val in slaap en droom over mijn lievelingspony van vroeger die verkleed als watermeloen met mijn zeer gedateerde groene jurkje de stad in gaat om daar een lolobalshow te geven in de tent waar ik altijd heen ging. Helaas kan ik op de klok achter in de ruimte van mijn droom niet zien hoe laat het is, dus of het al ochtend was op het moment dat ik slaap viel…

December 15, 2010 krista

Bloody hell

Opdracht: Geef bloed

Nu leek het me, door mijn extreem gelukkige herinneringen aan de bloedbank, helemaal niet vervelend om bloed te gaan geven. Vroeger, als mijn moeder ging doneren, kreeg ik er namelijk altijd stickers met pelikanen erop en te gekke rolletjes verband, waar je heel veel mee kon, qua spelen. In mijn herinnering is de bloedbank echt the place to be, en kwamen er nauwelijks bloed en naalden aan te pas.

Maar doneren, dat gaat dus niet zomaar. Niet van: hmm, wat zal ik eens in mijn vrije uurtje gaan doen? O wacht, daar is de bloedbank, ik stort wat rode bloedlichaampjes op mijn rekening en red even wat levens. Nou ja, eigenlijk gaat het wel zo, als je al donor bent. Ik was dat niet, en dus moest ik eerst een uitgebreide medische keuring.

In de ruimte stonden grote loungestoelen en wachthoekjes met een hoog jaren tachtig-gehalte. Er was een handjevol donoren, overwegend mannen van middelbare leeftijd, chillend in een loungestoel met een slang uit een arm, of gemoedelijk een koekje etend na een lange sessie. Het zag er heel vredig uit allemaal.

Ik moest een ellenlange vragenlijst invullen over mijn medische verleden; of mijn seksuele partner toevallig ook seks heeft met mannen (gokje: nee) en of ik de afgelopen zes maanden drugs heb gespoten. De arts schreef op dat ik op mijn zevende in het ziekenhuis opgenomen ben geweest met een gebroken arm. Want alles kon van belang zijn. Toen volgde een prikje in mijn vinger, werd de bloeddruk gemeten en mocht ik ook naar de loungestoel om wat buisjes bloed af te nemen. Nog niet om te doneren, maar om te controleren.

Er was een gezellige oudere dame die zei dat ik mocht gaan liggen. Ze gebood me een vuist te maken en prikte in mijn arm. Ze kreeg een frons in haar voorhoofd en prikte nog eens. En toen nog eens. Ze switchte naar mijn linkerarm. Ik beet op mijn lip en sprak mezelf bestraffend toe, dat ik me niet zo moest aanstellen, wat ik een beetje lullig vond, want ik stelde me, fysiek althans, helemaal niet aan. Ze prikte nog eens. Een dun straaltje bloed spriette in het buisje. Ze keek opgelucht, al zei ze dat ik wel ‘erge dunnetjes’ had en dat ik misschien niet geschikt was als donor. ‘Het moet ook geen drama voor je worden, meid.’ Als ze bewoog om een nieuw buisje te pakken, deed het pijn. Ik was bang dat de naald er aan de andere kant van mijn arm uit zou komen. De dame zei dat het flink blauw zou worden, daar moest ik rekening mee houden. Toen kreeg ik een prop watten en een verband, maar vond het minder leuk dan vroeger.

De rest van de dag kon ik mijn arm niet helemaal strekken. Er zat een pijnlijke bobbel aan de binnenkant van mijn elleboog. Ik hoopte dat het afschuwelijk lelijk en blauw zou worden, zodat ik een mooie foto kon posten. Maar het is nog steeds niet blauw, wat echt gemeen is, want nu kan ik niet eens pronken met mijn leed. En straks blijk ik dus ook niet geschikt als donor. Balen, het had me zo leuk geleken.
Synthroid